Thijs Goverde met rood t-shirt met de tekst: Reading is Sexy
<<

Vijfentwintig problemen en bezwaren

Eigenlijk hoefde ik maar één ding te weten, natuurlijk: waar bewaren ze hun dynamiet?
Daar was ik snel achter.
Wat ze precies deden met dat spul was me niet helemaal duidelijk. Ze bliezen stukken rotsgrond op, ja. Dat zag ik wel. Maar ik begreep niet hoe dat het werk in de mijn vooruit moest helpen. Sterker nog: het leek mij vreselijk gevaarlijk om hierboven de grond op te blazen, terwijl er ónder de grond mensen aan het werk waren.
Maar misschien was dat het hele idee. Misschien vonden de soldaten van Killa dat grappig.
Abel en Zoezoe zouden het ongetwijfeld heel grappig hebben gevonden, toen ze nog onder de drugs en de drank zaten.
Maar waarom ze het ook deden, al dat ontploffen, een ding was zeker: ze deden het véél. En onder groot gejuich.
Boem! Hoera! Boem! Hoera, dat was leuk, laten we snel nog een paar staven halen. En daar rende weer een soldaat naar het schuurtje waarin het dynamiet opgeslagen lag.
Het was een schuurtje gemaakt van dikke houten balken, met een ijzeren deur. Er waren twee van die schuurtjes, maar het tweede had een houten deur en een paar kleine raampjes.
Daar lag geen dynamiet in. Daar was de keuken, kennelijk, want aan het einde van de middag kwam daar een man uit met een gigantisch grote pan vol dampende prut. Dat was ons avondeten.
Elke mijnwerker kreeg een kom vol.
Ik wilde geen kom vol prut.
Ik wist niet wat ik dan wél wilde: twee kommen vol? Omdat ik zo'n honger had? Of helemaal geen kom, omdat het zo vies was? Moeilijk, moeilijk! Gelukkig hoefde ik de beslissing niet te nemen. Die werd voor me genomen: iedereen kreeg precies één kom. Dus nu had ik én honger, én een vieze smaak in mijn mond.
Tijdens het eten overlegde ik fluisterend met Gaby.
'We moeten een paar staven dynamiet te pakken krijgen,' was mijn plan.
'Ja? En dan?'
'Dan nemen we een lange lont. Een hele, hele lange lont. En daarmee blazen we het gebouwtje op waarin het dynamiet wordt bewaard. Dat geeft een klap van jewelste, natuurlijk, en in de verwarring glippen wij het bos in.'
'Dat zou mama nooit goedvinden,' zei Gaby met een vies gezicht.
'Waarom niet?'
'Omdat zij meteen zou uitrekenen hoe groot die klap van jewelste precies zou worden. En dan zou ze waarschijnlijk ontdekken dat het een zó erge klap zou worden, dat er gegarandeerd doden zouden vallen. Dode soldaten. Dode mijnwerkers. Domweg uit elkaar geploft, of in de fik gevlogen, of verpletterd door rondvliegende rotsblokken. En mensen verpletteren met rotsblokken is...?'
'...onbeleefd,' vulde ik zuchtend aan. 'Nee, dat kunnen we dan beter niet doen. Maar...' klaarde ik op, we kunnen natuurlijk wel iets ánders opblazen. De keuken bijvoorbeeld. Iets minder grote knal, maar toch ook verwarring, en roetsj! daar gaan er twee het oerwoud in. Namelijk: jij en ik.'
Gaby had natuurlijk nog een hele hoop te zeuren. Zoals: we kennen de weg in dat bos niet. En: 's nachts kunnen we dat spoor niet terugvinden. En: we hébben dat dynamiet nog niet. En: oh ja? kun jij een slot openprutsen zonder sleutel, dan? En: welwaar, dat is waarschijnlijk wél moeilijk. En nog twintig andere problemen en bezwaren.Tenslotte vroeg ik wat háár plan was.
Toen hield ze eindelijk haar mond. Dus... Ja...
Het was helemaal duidelijk: we gingen mijn plan doen.

Thijs is vandaag

Online
Offline,
want ik ben coole filmpjes aan het opnemen