Thijs Goverde met rood t-shirt met de tekst: Reading is Sexy
<<

Smerig, gevaarlijk en saai

De reis bleef zeven dagen saai.'Wacht maar,' zei papa somber. 'Als we eenmaal aan land zijn, wordt het spannender dan je leuk vindt. Want we moeten met het vliegtuig, en dan moeten we dus langs de douane. En onze foto's zijn wereldwijd verspreid. dus we worden binnen twintig seconden in de gevangenis geknikkerd. Wedden?'
'Mama vindt daar wel wat op,' zei ik geruststellend. Maar zelf was ik daar niet zo heel zeker van. De hele wereld kende onze gezichten, en Kwetter is knal-oranje dus die zou zelfs opvallen als niemand ooit van de Donderkat had gehoord. Boegoenezen komen niet graag buiten hun eigen vallei. Er is dus maar één oranje meisje op de hele wereld, voor zover iedereen weet. En als je dat oranje meisje ziet, is de Donderkat niet ver weg - ook dat is algemeen bekend. Kortom: op het vliegveld zouden ze snel genoeg doorhebben dat wij waren wie we waren. En dan had je de poppen aan het dansen. Vliegvelden worden ontzettend goed bewaakt tegenwoordig. Dus... ja...
Ik zuchtte. Ik dacht terug aan ons oude leven, toen Gaby en ik nog gewoon op school zaten.
Ik had nu veel meer van de wereld gezien, dat is waar, maar dat is niet altijd een voordeel. De stukjes die ik gezien had waren altijd óf heel gevaarlijk óf heel erg smerig óf heel saai. En soms, vraag me niet hoe het kan, waren ze smerig én gevaarlijk én saai. Ik had allerlei avonturen beleefd, dat is waar, maar avonturen worden ernstig overschat. Dat kan iedereen je vertellen die wel eens in een draaiende gehaktmolen is gegooid. Liever gezegd: de meeste mensen die in een draaiende gehaktmolen worden gegooid kunnen je dat niet vertellen, maar als je op één of andere manier hun geest zou kunnen oproepen uit het onbekende land achter de grens tussen leven en dood, en je zou ze vragen: "Dat met die avonturen, was dat nou een beetje de moeite waard?" Dan zouden ze waarschijnlijk hun hoofd schudden en zeggen van: "Neuh."
Ik dacht terug aan mijn oude klas, de klas waar ik in zat toen we nog gewoon thuis woonden en papa nog niet had ontdekt wat voor een schurk meneer Dogger was en mama nog niet had besloten Doggers bankgebouwen op te blazen. Toen alles nog normaal was.
Zoals alles nog steeds normaal was voor mijn oude klasgenootjes. Ze zouden intussen wel op de middelbare school zitten, maar veel meer zou er in hun leven niet veranderd zijn. Zouden ze nog wel eens aan mij denken?
Vast wel! Als mama weer eens op het journaal was, of zo.
Maar anders waarschijnlijk niet.
Ik dacht immers ook niet zo vaak aan hen.
Behalve dan, soms, aan Lenny.
Lenny-met-de-rooie haren, met wie ik eigenlijk niet eens zo vaak gepraat had hoewel ik haar wel heel aardig vond. Met haar rooie haren en haar sproeten en haar ogen zo blauw als de winterlucht. Opeens zag ik haar voor me, zo levensecht alsof ze naast me stond in de stuurhut. Alsof ik haar adem kon horen.
Ik zuchtte. Het had geen zin om aan haar te denken, of aan iets anders van vroeger. Dat kwam allemaal nooit meer terug.

Thijs is vandaag

Online
Offline,
want ik ben coole filmpjes aan het opnemen