Thijs Goverde met rood t-shirt met de tekst: Reading is Sexy
<<

Op naar Vanuatu!

'Volle kracht vooruit!' juichte ik. En daar gingen we. Volle kracht vooruit.
Ik trilde helemaal van opwinding. Het was al zo lang geleden dat ik een keer iets had mogen besturen. Dat was een tank geweest, twee jaar geleden, en strikt gesproken had ik ook die niet mogen besturen. Ik had het gewoon gedaan terwijl mama even niet oplette.
En je kon het ook niet echt besturen noemen, wat ik toen deed. Ik drukte willekeurig op een hele hoop knopjes, het gevaarte reed rond en schoot gaten in dingen en dat was misschien mooi en aardig, maar het was allemaal niet de bedoeling.
Maar nu! Nu was alles anders. Nu had, ik, met toestemming van mama, een machtige oorlogsmachine tot mijn beschikking. Ik kon dit enorme gevaarte alles laten doen wat ik wilde!
Ten minste, zolang ik niks anders wilde dan zo snel mogelijk naar Vanuatu varen. Als ik echt leuke dingen zou doen (zoals bijvoorbeeld: een boorplatform van Cockels Oliemaatschappij aan gruzelementen torpederen) dan zou ik waarschijnlijk de stuurhut uit geknikkerd worden voordat je 'net goed' kon zeggen. Op naar Vanuatu, dus!
Ik keek op de dieptemeter. We voeren op nul meter diepte. Dat klopte, want we waren gewoon boven water. Boven water ga je een stuk sneller dan eronder. daar is een hele goede wetenschappelijke reden voor, heeft mama mij ooit iuitgelegd. Maar ik zou je die reden niet kunnen navertellen, want tijdens mama's uitleg dacht ik per ongeluk een beetje aan iets anders. ik weet niet meer wat. het zullen wel ontploffingen geweest zijn. Of computerspelletjes. Waarschijnlijk waren het computerspelletjes met ontploffingen erin.
Ik keek op de radar en de sonar. Geen schepen of vliegtuigen in de buurt. Jammer.
In Militair Moordcommando IV kon je geen twintig seconden aan het roer van een onderzeeboot zitten zonder dat er van minstens twee kanten vijanden aan kwamen die uitgeschakeld moesten worden. Maar in het echt dus niet.
Ik keek op het kompas. Gingen we nog de goede kant op? Ja hoor.
Ik keek op de snelheidsmeter. We gingen zo hard als we konden. Eigenlijk iets harder, want mama had aan de motor geprutst, maar dat kon je niet zien want daar was het wijzertje niet op berekend.
Ik keek op alle andere wijzertjes en schermpjes die ik vinden kon.
Ze zeiden allemaal hetzelfde: alles ging keurig precies zoals het de bedoeling was.
Het was verschrikkelijk. Hoe moest ik de komende week overleven? Een week lang rechtuit varen, met mooi weer, en niks anders te doen hebben dan op wijzertjes kijken die je vertellen dat je, jawel hoor, nog steeds keurig rechtuit vaart.
'Ik verveel me,' zuchtte ik.
'Ja jongen,' zei papa. 'Laat dit een belangrijke les voor je zijn. Die computerspelletjes van jou, die lijken misschien wel realistisch, omdat de makers veel tijd hebben gestoken in de klank van de ontploffingen en de kleur van het rondspattende bloed, maar ze hebben met de werkelijkheid weinig van doen. Want in het echt is er, zelfs midden in een oorlog, het grootste deel van de tijd maar weinig dat ontploft. En weinig bloed dat rondspat. Je zult eraan moeten wennen, jongen. De werkelijkheid is saai.'

Thijs is vandaag

Online
Offline,
want ik ben coole filmpjes aan het opnemen