Thijs Goverde met rood t-shirt met de tekst: Reading is Sexy
<<

Het leven van een poppenspeler

Even, héél even leek het erop dat onze reis een ietsiepietsie minder saai zou worden. Er kwam een storm aan, een verschrikkelijke storm. Zo erg als je ze alleen maar in de Stille Zuidzee tegenkomt. Windsnelheden van honderden kilometers per uur. Regendruppels zo groot als je duim. Bliksems die, wat betreft hun aantal, de regendruppels naar de kroon staken. Golven van twintig meter hoog.
Even over die golven: wist je dat een golf net zo diep gaat als hij hoog is? Daarom krullen ze om als ze aan land komen, ze struikelen met hun tenen tegen het zand van de ondiepte en vallen plat op hun smoel. Dat wil zeggen dat je van een golf van dertig meter hoog niet veel meer merkt, als je tot eenendertig minder diepte duikt. Het waait ook een stuk minder hard, daar beneden, en van de bliksems en de regendruppels heb je niet zo gek veel last.
Dus... ja...
Tot zo ver onze spannende avonturen op de Stille Zuidzee.
Mama kwam kijken in de stuurhut.'Waarom zijn we onder water?' vroeg ze achterdochtig. Onder water ga je minder hard; ze was bang dat we expres zo langzaam gingen, om het vliegtuig te missen.
'Stormpje, mama,' legde ik uit. 'Cycloon van de vijfde categorie. Echt: boven water wil je niet zijn op dit moment.'
'Ziet jij wel?' riep Kwetter achter haar. 'Ik zegde toch dat er een storm bent? Want wij wiebelt een beetje en mijn haartjes bent elektrisch.'
Inderdaad stond haar haar in een soort stralenkrans van haar hoofd af. Alsof er een bende wilde kleuters met ballonnen overheen had zitten wrijven.
'Wiebelen bent leuk,' zei Kwetter tevreden. 'Daar krijgt ik een kriebel van in mijn buikje. Net als wanneer...'
'LA LA LA,' riep ik met mijn vingers in mijn oren en mijn ogen dicht. Want ik wist bijna zeker dat ze nu iets ging zeggen over vlinders in haar buik en dat ze verliefd was op mij. Dat soort dingen kun je echt niet hebben, als je een onderzeeboot aan het besturen bent. Daar heb je al je aandacht bij nodig.
Na een seconde of tien la-la-la roepen voelde ik dat een klein maar sterk handje mijn vinger uit mijn oor haalde.
'Moet jij je vingertjes niet aan het stuur houden?' vroeg Kwetter bezorgd.
'Lalala, nergens voor nodig,' antwoordde ik. 'Deze schuit vaart zichzelf wel, lalala! En bovendien heet dat op een boot geen stuur maar een roer, lalala.'
Daarna haalde ik alsnog mijn vingers uit mijn oren. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Ik wist namelijk bijna zeker dat papa nu iets over stuurboord en bakboord aan het vertellen was, en ik wilde even horen of ik gelijk had.
'... en stuurrrrrrboord is dus rrrrrechts,' hoorde ik papa nog net zeggen.
'Dat heeft jij nou al honderd keer uitgelegd,' zei Kwetter verveeld. 'Komt, mama, dan gaat wij het treinenspelletje doen. Hier in de stuurhut bent het maar saai.'
Ik glimlachte, want dit was nou precies mijn bedoeling geweest. Wat was ik toch knap! Als een poppenspeller had ik Kwetter en papa gemanipuleerd. Ze hadden allebei precies, maar dan ook precies gedaan wat ik wilde.
Daarna zaten papa en ik een half uur lang zwijgend naar onze metertjes te staren.
Ik verveelde me dood. Was Kwetter maar hier, dacht ik. Dan hadden we tenminste een beetje vrolijkheid gehad. Maar ja, ik had haar weggejaagd en ik wist geen manier om haar terug te halen.
Het leven van een poppenspeler is niet altijd gemakkelijk.

Thijs is vandaag

Online
Offline,
want ik ben coole filmpjes aan het opnemen