Thijs Goverde met rood t-shirt met de tekst: Reading is Sexy
<<

Als een steen uit een katapult

Voordat het beest kon besluiten om mij te gaan bijten, boog mijn tak weer naar boven en ik werd weggeslingerd als een steen uit een katapult.
En met 'katapult' bedoel ik niet zo'n middeleeuws gevaarte van tien meter hoog, dat gigantische stenen honderd keer achter elkaar met
verbijsterende nauwkeurigheid tegen precies hetzelfde plekje van een kasteelmuur aan slingert. Nee, ik bedoel de katapult die papa voor mij maakte toen ik vijf was. Met niets meer tot zijn beschikking dan een gevorkte tak en een oude fietsband wist hij een wapen te maken dat elke beschrijving tartte.
Laat ik er dit over zeggen: zelfs mama vond het goed dat ik ermee op mijn kleine zusje schoot. Want de kans dat ik raakte was min of meer nul. De kans dat ik mezelf raakte was groter. Ik zweer je dat het waar is: ik heb mezelf vijf keer geraakt. Eén keer met een steentje, één keer met een kastanje en daarna nog drie keer met een pingpongballetje (want ik werd voorzichtiger - ik ben ook niet gek).
Op net zo'n volkomen onvoorspelbare manier werd ik door deze tak de lucht in gesmeten.
Of nou ja - de lucht in...
Het oerwoud was hier nogal dicht, dus ik vloog niet zozeer door de lucht als wel door een zee van gebladerte.
Daar had ik behoorlijk veel mazzel mee.
Als de soldaten me hadden zien vliegen, hadden ze me makkelijk overhoop kunnen schieten. Ze hadden machinegeweren, dus als ze zelfs maar een idee hadden gehad waar ik heen ging, hadden ze gewoon een regen van kogels die kant op kunnen sturen, op goed geluk, en dan hadden ze me nog wel geraakt ook.
Maar nu dus niet.
Ze probeerden het wel. Het geratel van hun geweren galmde door het woud.
Mooi, dacht ik.
Kwetter is in elk geval gewaarschuwd.
Daarna dacht ik: oh nee, help help, een boom.
Er doemde namelijk de grote, dikke stam van een woudreus op, vlak voor me. Ik vloog er recht op af en ik had ongeveer net zoveel kans om hem te ontwijken, als een steen uit zo'n middeleeuwse katapult kans heeft om de muur te missen.
De bladeren en takjes, waar ik doorheen geraasd was, hadden gelukkig mijn vaart een beetje geremd. Dat wil zeggen dat ik een lelijke klap tegen de boomstam maakte, en dat ik sterretjes zag, maar dat mijn schedel niet verbrijzelde.
Wat duidelijk een voordeel is.
Slap als een voddenpop duikelde ik naar beneden, waar ik op een dikke tak bleef hangen.
'Vind dat kind!' hoorde ik de generaal roepen. 'En snel een beetje! Anders laat ik jullie allemaal doodschie...'
'Daar is-ie, baas!' riep een soldaat. 'Daar hangt-ie! Op die tak!'

Thijs is vandaag

Online
Offline,
want ik ben coole filmpjes aan het opnemen